De zee is altijd in beweging. Voor de kust liggen verschillende zandbanken waar diepe geulen tussen ontstaan. Via deze geulen stroomt het water bij eb en vloed van en naar de kust. Zo’n geul noemen we een mui-stroming. Deze stroming kan erg sterk en gevaarlijk zijn en je ongemerkt meevoeren de zee in. Op deze pagina lees je hoe je een mui kunt herkennen en wat je moet doen als je erin terechtkomt zodat je veilig de zee in kan of weer uit kunt.
Informatievideo mui-stroming
Hoe herken je een mui-stroming?
Let op de golven
Golven slaan vaak aan beide kanten van een mui om. Dat komt doordat er een geul tussen de zandbanken ligt, daar is het water ondieper. Daardoor slaan de golfen in de mui zelf niet om. Het water lijkt op die plek rustig, maar juist hier is er onderwater een gevaarlijke stroming richting zee.
Kijk naar breedte en diepte
Muien kunnen enkele tientallen meters breed zijn. Het water in de mui is vlakker en dieper, terwijl er links en rechts zandbanken liggen waar de golven juist wel omslaan. Hoewel het water tussen de golven soms onrustig lijkt, is dit vaak een veiliger plek om het strand in te zwemmen.
Let op je eigen beweging
Merk je tijdens het zwemmen dat het moeilijk is om terug te komen naar het strand? Dan zwem je mogelijk tegen de stroming van een mui in.
Wat doe je als je in een mui-stroming terechtkomt?
Blijf rustig
Zwem niet tegen de stroming in. Dit kost te veel energie en vergroot het risico dat je vermoeid raakt.
Laat je meevoeren
Laat je even meevoeren met de stroming, weg van de kust. Achter de zandbanken verdwijnt de mui-stroming vaak vanzelf.
Zwem parallel aan de kust
Zodra de stroming afneemt, zwem links of rechts parallel aan de kustlijn. Daarna kun je schuin terug naar het strand zwemmen.
Zwem met de golven mee
Zwem altijd met de golven mee terug naar de kant. Dit maakt het makkelijker en veiliger.
Vraag om hulp als het niet lukt
Kun je niet terugzwemmen? Trek aandacht van mensen op het strand door met beide armen te zwaaien. Zo kunnen lifeguards of omstanders je helpen.