Veilig vluchten en crowdmanagement

Thema's

Veilig vluchten

Tijdens evenementen is crowdmanagement van groot belang. Crowdmanagement richt zich er op grote groepen mensen in goede banen te leiden en de orde te handhaven. Goed crowdmanagement voorkomt gevaarlijke situaties waarbij er te veel mensen op één plek staan.  

Indien van toepassing op jouw evenement, neem in het veiligheidsplan een beschrijving op van de maatregelen die je voor crowdmanagement neemt. Enkele voorbeelden zijn:

  • Hoeveel mensen kunnen er maximaal gelijktijdig aanwezig zijn?
  • Hoe voorkom je dat het te druk wordt?
  • Hoe zorg je voor een gelijkmatige in- en uitstroom? Denk hierbij onder andere aan het aantal entreepoortjes, eventuele ticketscan etc. 
  • Voldoen de vluchtroutes qua lengte, aantal en capaciteit? 

Hieronder staan andere specifieke onderwerpen uitwerkt en staat beschreven waar je op moet letten.

Capaciteitsanalyse

Om de veiligheid op een evenement te kunnen waarborgen, is het nodig om te weten wanneer de grenzen van de publiekscapaciteit worden bereikt. Met de publiekscapaciteit van een evenement wordt gedoeld op het maximale aantal mensen dat zich veilig op evenementlocatie kan bevinden.   

Denk hierbij aan: 

  • De maximale loopafstand is 60 meter;
  • Een verblijfsruimte of een gebied met meer dan 225 personen heeft tenminste twee uitgangen met een onderlinge afstand van 5 meter;
  • De capaciteit van een tegen de vluchtrichting indraaiende deur heeft een maximum van 60 personen. 

Om een capaciteitsberekening te kunnen uitvoeren zijn de volgende waarden van toepassing: 

  • 45 personen per meter op een trap;
  • 83 personen per meter dubbele deur die minder dan 135 graden te openen is;
  • 110 personen per meter enkele deur die minder dan 135 graden te openen is;
  • 135 personen per meter vrije doorgang of als de doorgangen meer dan 135 graden te openen zijn. 

Bovenstaande is terug te vinden in de praktijkrichtlijn van Brandweer Haaglanden en BGBOP: artikel 3.32, 3.33 en 3.35. 

Vluchtroutes

Zijn er vluchtrouteaanduidingen aangebracht op een duidelijk waarneembare plaats en voldoen deze aan de NEN-EN-ISO-7010 en aan de zichtbaarheidseisen van de NEN-EN 1838? 
Verplicht in verblijfsruimtes voor meer dan 50 personen en ruimtes waardoor een vluchtroute uit die verblijfsruimte voert. Dit geldt ook voor het terrein buiten (bij meer dan 50 personen). 

Plaatsing van de vluchtrouteaanduidingen: het belangrijkste is dat de aanduidingen duidelijk waarneembaar zijn. Dit zal vaak boven de doorgang(en) zijn, waar de vluchtroute begint of doorheen loopt. In sommige ruimten of op het buitenterrein kan het raadzaam zijn de vluchtrouteaanduiding hoger te hangen om te voldoen aan de eis van duidelijke waarneembaarheid. Bij een grote afstand kan een grote aanduiding verstandig zijn. 

Bovenstaande is te vinden in BGBOP: artikel 4.15. 

Noodverlichting

Is er noodverlichting aanwezig met voldoende verlichtingssterkte? 
Verplicht bij verblijfsruimtes voor meer dan 75 personen en een besloten ruimte waardoor een vluchtroute uit die verblijfsruimte voert. De noodverlichting mag op twee manieren uitgevoerd zijn: 

  • Als noodverlichtingsarmatuur of,
  • De ‘noodverlichting’ dient op een andere energiebron dan de gewone verlichting aangesloten te zijn. 

Deze noodverlichting kan bestaan uit gewone verlichting. Doordat deze aangesloten is op een andere energiebron zoals bijvoorbeeld een (tweede) aggregaat is er altijd voldoende oriëntatieverlichting. 

Als dit zo is uitgevoerd is het verstandig om te bekijken welke verlichting op welke bron is aangesloten. Bij uitval van een energiebron dient de aangesloten verlichting op de andere bron voldoende licht te geven. 

NB. Verlichting aansluiten op twee groepen is niet voldoende. Het betreft hier namelijk geen alternatieve energiebron. 

Bovenstaande is te vinden in BGBOP: artikel 4.3. 

Doorgangen en gangpaden

Voldoen de doorgangen en gangpaden aan de minimumvereiste afmetingen? 
In een vluchtroute heeft elke vrije doorgang een breedte van tenminste 0,5 m. Daarnaast heeft deze vluchtroute minimaal 1 doorgang met een minimale breedte van 0,85 m. en voor elke doorgang geldt een hoogte van 2 meter. 

Gangpaden tussen inrichtingselementen zijn minimaal 1,1 m. breed en vóór de uitgangen dient in ieder geval rekening gehouden te worden met de breedte van deze uitgang. M.a.w. inrichtingselementen mogen de weg naar de uitgang niet verder versmallen dan de breedte van die uitgang. 

Bovenstaande is terug te vinden in BGBOP: artikel 3.34, 4.16 en 5.18. 

Vloeroppervlakte

Is de vloeroppervlakte voldoende vrij voor het aantal opgegeven personen? 
Hiervoor gelden onderstaande eisen: 

  • Vrije ruimte zonder obstakels: 4 personen per m2
  • Vrije ruimte voor personen met zitplaatsen: 2 personen per m2 (met losse obstakels)
  • Vrije ruimte voor personen met zitplaatsen: 2,4 personen per m2 (met vaste obstakels)
  • Vrije ruimte met zitplaatsen (gekoppelde stoelen): 3 personen per m2
  • Vrije ruimte is het beschikbare oppervlakte zonder podia, bar en verdere inventaris. 

Bovenstaande is terug te vinden in BGBOP: artikel 5.17, lid 1.